1. Respect
Respectvol omgaan met sporters, coaches, scheidsrechters en vrijwilligers.
Geen discriminatie, pesten of intimidatie.
2. Veilig sportklimaat
Geen grensoverschrijdend gedrag (zoals intimidatie, geweld of seksueel misbruik).
Trainers en begeleiders moeten een veilige omgeving creëren.
3. Eerlijkheid en integriteit
Geen fraude, matchfixing of doping.
Eerlijk spelen (fair play).
4. Professioneel gedrag van trainers en begeleiders
Geen misbruik maken van macht of positie.
Duidelijke grenzen houden met sporters (bijv. fysiek contact, privécontact).
5. Verantwoordelijkheid
Iedereen in de sport (sporters, trainers, bestuurders, ouders) moet bijdragen aan een positieve sportcultuur.